Interview Ria en Jannie: verpleegkundigen Pilot HY project

-Interview door Eshter Blaauw-

Wat vonden jullie van het HY project?

Ria en Jannie: ‘het was heel erg leuk. De sfeer was heel gezellig tijdens de etentjes. Onderling werd er heel leuk met elkaar omgegaan. Het is net alsof je anders naar de deelnemers kijkt. Je zit met elkaar als gelijken te eten en je ziet elkaar niet als ‘verpleegkundige’ of ‘cliënt’. We hebben bewondering voor mensen die hebben meegedaan. Elke keer werd er weer wat anders (lekkers) gekookt. Het leverde zoveel plezier op! We hadden elke keer weer zin om te gaan eten met zijn allen. Als afsluiter gaan we over een paar weken ook met onze twee groepen gezamenlijk uit eten.’

 

Wat hadden jullie verwacht van het project?

Ria: ‘ik had verwacht dat er meer ondersteuning nodig zou zijn voor de deelnemers, maar dit viel heel erg mee. Deelnemers vinden zelf oplossingen om boodschappen te doen en ze bedenken zelf wat ze willen koken (soms met hulp van familie of hulp van thuiszorg). De deelnemers waren meer zelfredzaam dan ze (en wij) dachten van te voren.’

Jannie: ‘ik verwachtte dat er veel tijd in zou gaan zitten. Maar mijn groep was heel zelfstandig en pakte alles zelf op. Als er een afspraak verzet moest worden regelden ze het zelf onderling een nieuwe afspraak. Uiteindelijk heb ik een minimale begeleiding hoeven geven.’

 

Zijn jullie verwachtingen uitgekomen tijdens het uitvoeren van het project?

Ria: ‘ja, in positieve zin. Ik had niet verwacht dat het zo leuk zou zijn.’

Jannie: ‘een heel leuk initiatief is het. Alleen de administratie is een struikelblok. Je hebt ook je andere werk wat ook gewoon doorloopt. Hierdoor blijft het noteren van de vooruitgang van de persoonlijke doelen (die voorafgaand opgesteld zijn per deelnemer) snel liggen.’

 

Wat waren jullie taken tijdens de eetclub?

Ria: ‘dat waren onder andere het bespreken van het menu met de kok. Ook assisteerde ik in het koken waar het nodig was. In het begin hield ik ook de structuur in de gaten tijdens het eten. Naarmate de etentjes vorderden verliep de structuur vanzelf. Ook voelde ik me verantwoordelijk over of iedere deelnemer wist waar hij of zij moest zijn voor het etentje en hoe hij of zij er kwam. Kort gezegd is het de bedoeling om de boel bij elkaar te houden en een oogje in het zeil te houden.’

Jannie: ‘bij mijn groep hoefde ik veel minder te doen. De groep was heel zelfstandig en regelde alles zelf. Ik denk dat het heel erg van je groep afhangt wat je taken zijn en hoeveel tijd je eraan moet besteden.’

 

Wat voor leuke momenten zijn jullie nog bijgebleven?

Ria: ‘het toetje van een deelneemster (zie foto)! Ze had heel erg haar best gedaan op het toetje. Het was echt grandioos. Iedereen reageerde heel erg verrast toen ze het zagen.’

Jannie: ‘wat ook leuk is, is dat er onuitgesproken regels ontstaan. Zo zei de eerste kok: ‘zal ik maar gaan opscheppen voor iedereen?’ en hij schepte voor iedereen op. Vervolgens is dit niet meer ter sprake gekomen maar deed elke kok dit vanuit zichzelf de hele interventie lang.‘

 

Liepen jullie tegen bepaalde taken aan, die jullie moesten uitvoeren, rondom de eetclub?

Ria en Jannie: ‘nee. Alleen het administratieve gedeelte schoot er soms bij in.’

 

Hoe zag een dag tijdens een etentje er voor jullie uit? Zouden jullie dit kunnen omschrijven?

Ria: ‘aanvankelijk was ik een uur van te voren aanwezig (later in het project kwam ik een half uur en bij sommige deelnemers een kwartier van te voren). Ik ging de kok (indien nodig) assisteren bij het maken van eten. De kok ontving vervolgens de gasten en iedereen nam plaats aan tafel. Ik probeerde met name in het begin de structuur vast te houden, maar uiteindelijk liep het vanzelf. Als het afgelopen was bleef ik nog een kwartier om de doelen te bespreken. De afwas werd niet gezamenlijk gedaan, vanwege de kleine keukens. Dit deed ik nadien samen met de kok.’

Jannie: ‘bij mijn groep was het niet nodig om een uur van te voren aanwezig te zijn. Iedereen regelde alles grotendeels zelf. Op de avond van het etentje fietste ik altijd samen met een deelnemer naar de kok toe. Bij aankomst was de kok vaak nog even bezig. Voor het eten aan ging ik even kijken bij de kok en vervolgens nemen we plaats aan tafel. Tijdens het eten was er altijd wel iets te bespreken. De onderwerpen verschilden heel erg en liepen door elkaar heen (bijvoorbeeld: algemene dingen, politiek, lotgenotencontact, medicatie). Als verpleegkundige moet je tijdens de gesprekken op de achtergrond blijven. Dit heb ik ook bewust gedaan. Aan het einde gingen wij wel samen afwassen.’

 

Was er veel tijdsinvestering van jullie kant?

Ria en Jannie: ‘in het begin was er wel veel tijdsinvestering. Je moet eerst aftasten of iemand begeleiding nodig heeft of niet. Daarnaast is het voor alle deelnemers de eerste keer aftasten wat een etentje nou precies inhoudt en wat er allemaal bij komt kijken. Als het eenmaal duidelijk is wie welke begeleiding nodig heeft en iedereen weet wat de bedoeling is, verloopt het etentje vanzelf. Hierdoor was er later in het project veel minder tijdsinvestering nodig dan in het begin.’

 

Merkten jullie verschillen in de deelnemers als je de eerste bijeenkomst vergelijkt met de laatste bijeenkomst?

Ria: ‘het laatste etentje was veel meer vertrouwd. Je voelt dat er een sfeer hangt van mensen die elkaar beter kennen.’

Jannie: ‘dat klopt. In het begin was het aftasten. Bij de latere bijeenkomsten is er meer rust en ze weten wat er kan verwachten.’

 

Terugkijkend, zouden jullie het anders aanpakken dan hoe jullie het nu gedaan hebben?

Jannie: ‘nee, alleen de administratie misschien, hiermee bedoel ik het bijhouden van de doelen.’

Als jullie nogmaals een kans krijgen om mee te doen, zouden jullie deze kans pakken? Waarom wel of niet?

Ria: ‘nog een keer koken lijkt me heel leuk. Mocht het opgenomen worden in de richtlijnen lijkt het mij heel leuk om te gaan koken met de mensen.’

Jannie: ‘ja ik zou dan ook graag mee willen doen. Je leert zoveel van mensen tijdens een etentje. Daar kan geen een ‘gewoon’ gesprekje tegen op.’

 

Zouden jullie andere verpleegkundigen aanraden om mee te doen? Zo ja, waarom?

Ria: ‘ja! Het is namelijk een hele leuke ervaring. Je ziet de deelnemers op een hele andere manier. Ze laten tijdens het etentje heel gezond gedrag zien. Ook is het leuk om te zien hoe mensen over een situatie praten. Er kwam veel onderwerpen voorbij in gesprekken en er werd niet kort door de bocht over gedaan.’

Jannie: ‘ja ik raad verpleegkundigen ook aan om mee te doen! Je ziet dat de deelnemers heel open zijn, ze praten over van alles. Ook complimenteren ze elkaar en zijn ze heel meelevend. Als een deelnemer in een bepaalde vervelende situatie zat vroegen de deelnemers ook bij een volgend etentje hoe het nu ging. Ze zijn heel betrokken bij elkaar.’

 

Afsluitend: willen jullie nog wat zeggen over het project?

Jannie: ‘het is een heel mooi initiatief! Je ziet dat de deelnemers ervan leren en groeien. Het geeft de deelnemers een stuk zelfvertrouwen.’

Ria: ‘het zou mooi zijn als zoiets opgenomen wordt in de richtlijnen. Aan het einde zei een deelnemer dat hij trots is op zichzelf. Het is toch fantastisch dat iemand zoiets zegt over zichzelf!’